Het fort

Het Fort van Oelegem is een van de belangrijkste forten uit de Antwerpse fortengordel, ook wel de Stelling van Antwerpen genoemd. Ontdek hier het verhaal achter het indrukwekkende fortgebouw, de ingenieuze architectuur en de geheimen van dit unieke monument.

Virtueel bezoek

Dankzij 3D Walk kun je digitaal door het fort dwalen. Verken de verschillende ruimtes die we nauwkeurig in kaart hebben gebracht. Eenmaal gestart schakel je via de knoppen rechtsonder eenvoudig over naar volledig scherm of Virtual Reality. Gebruik het menu aan de rechterkant om direct naar interessante plekken te navigeren, of wissel linksonder tussen een virtuele automatisch geleide wandeling, de standaardwandeling, een plattegrond of 3D-overzicht.

Wil je deze virtuele ervaring nu omruilen voor een écht avontuur? Tussen april en oktober stellen we de deuren van het fort regelmatig open voor het grote publiek. Breng een bezoek tijdens onze maandelijkse activiteiten, of vraag een exclusieve rondleiding met gids aan voor jouw groep of school.

Gebouwstructuur

Het fortgebouw heeft een karakteristieke trapeziumvormige opbouw en wordt omringd door een antitankgracht van 40 tot 50 meter breed. Het forteiland zelf beslaat een oppervlakte van ongeveer 5 hectare.

Als fort van eerste orde beschikt Fort Oelegem over een aanzienlijk hogere bewapening en vuurkracht dan forten van tweede orde (zoals Breendonk en Ertbrand). Het complex is volledig opgebouwd uit ongewapend beton. Men nam toen op basis van een verkeerde interpretatie van testen aan dat ongewapend beton beter standhield tegen kalibers van 21 cm dan gewapend beton.

Na de belegering van Port Arthur in 1905 werd de betonsamenstelling aangepast met een hoger cementgehalte om weerstand te bieden aan 28 cm geschut. Vlak voor de Eerste Wereldoorlog ontwikkelden de Duitsers echter hun beruchte 30,5 cm Motor Mörser M1. Tegen dit zware geschut bleek het ongewapend beton helaas onvoldoende bestand.

Bewapening en bemanning

Fort Oelegem was een zwaarbewapend verdedigingswerk. Voor de lange afstand beschikte men over twee koepels met twee 15,5 cm kanonnen, twee koepels met een 12 cm houwitser, vier tot zes koepels voor een 7,5 cm kanon en twee waarnemingsklokken. Daarnaast was er een uitgebreie grachtverdediging met zestien 5,7 cm snelvuurkanonnen en een groot-flankement voor ondersteuningsvuur tussen de forten onderling.

In het fort waren tijdens de crisisperiode ongeveer 450 manschappen gelegerd. Zij stonden onder leiding van commandant Paul Lannoy, die pas op 26 september 1914 werd benoemd. Hij voerde het bevel tijdens de hevige strijd om de vesting Antwerpen. Na zware beschietingen op Fort Kessel en Fort Oelegem capituleerde het fort op 10 oktober 1914. In de dagen daarna werden ook de omliggende dorpen zoals Nijlen en Ranst getroffen.

Interbellum en WOII

Tijdens het interbellum werden enkele cruciale aanpassingen aan het fort doorgevoerd. De verouderde bewapening werd vervangen en men voerde aanpassingen door aan de ventilatie en de nooduitgangen. De meest ingrijpende maatregel was echter de aanleg van het Antitankkanaal.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft hete fort zelf geen actieve strijd geleverd. De Duitse bezetter gebruikten het complex voornamelijk als strategische opslagplaats. Na de bevrijding kreeg het fort nog een kortstondige rol toen het oor het Amerikaanse leger werd ingericht als luchtverdedigingscentrum tegen de V1-raketten die vanuit Nederland werden afgevuurd.